PKD staat
voor Polycystic Kidney Disease. Het is een erfelijke aandoening
die alle zoogdieren, waaronder katten, voorkomt.
Ook bij mensen is het een bekent probleem.
Katten met PKD hebben in hun
nieren meerdere cystes. Die cystes zijn met vocht gevulde
holtes. Als de kat ouder wordt, zullen het aantal en de omvang
van die cystes toenemen. Doordat de cystes steeds groter worden,
zal de nierfunctie van de kat steeds meer afnemen omdat hij
simpelweg steeds minder gezond nierweefsel overhoudt. Dat wordt
verdrukt door de cystes. Uiteindelijk zal de kat last krijgen
van chronisch nierfalen.
PKD is daarom qua klachten in
de meeste gevallen ook pas op latere leeftijd waar te nemen:
vaak komen bij een leeftijd van 6 tot 7 jaar de eerste
nierklachten naar voren.
Waardoor wordt het veroorzaakt?
PKD wordt veroorzaakt door een "fout" in
het DNA van de kat. Een bepaald eiwit dat van belang is voor
goede en gezond werkende nieren, wordt verkeerd aangelegd. De
wetenschappers die dit gen hebben aangetoond, hebben dat gen
"PKD1" genoemd, omdat het het eerste gen is dat men gevonden
heeft, dat de ziekte PKD veroorzaakt.
PKD1 vererft
dominant. Dat betekent, dat als de kat al maar van één van de
ouders PKD1 geërfd heeft, hij de ziekte heeft. Kittens die van
beide ouders het gen geërfd hebben, sterven al als embryo. Deze
katten zul je dus nooit als volwassen kat aantreffen.
Een voorbeeld in tabelvorm, waarbij beide ouders PKD1 hebben (W
staat voor wel pkd, G staat voor geen pkd):
| |
Vader
wel pkd |
Vader
geen pkd |
|
Moeder
wel pkd |
WW
*1 |
WG
*2 |
|
Moeder
geen pkd |
WG
*2 |
GG
*3 |
*1:
deze kittens (25%)zullen als embryo sterven.
*2: deze kittens (50%) hebben van één van de ouders PKD
geërfd. Omdat PKD dominant is, zullen zij lijden aan de ziekte.
*3: deze kittens (25%) zijn gezond. Zij hebben een gezond
genenpaar.
Als
een kat PKD heeft, veroorzaakt door het PKD1 gen, moet dus
altijd één of allebei de ouders PKD1 hebben. Uit twee PKD-vrije
ouders kan geen kat met PKD geboren worden. Helaas lijkt het
erop dat in een klein percentage van de gevallen, het PKD1 gen
niet de veroorzaker is van de ziekte PKD. Vanwege dat feit
durven wij niet volledig te vertrouwen op de DNA test en blijven
we dus ook regelmatig de nieren controleren via echo. Sowieso is
dat aan te bevelen, omdat dan ook getest wordt op andere
nier-afwijkingen (bijvoorbeeld de aandoening CIN, de vorm en
grootte van de nieren wordt gecheckt, en men kijkt ook de lever
na op cystes).
Maar niet iedere Birmanenfokker
test op PKD, is het dan wel zo belangrijk? JA, vinden wij! In
het verleden was PKD onder Perzen een mégagroot probleem. Zeker
30% van de Perzen leed aan PKD. Inmiddels is het ras, door het
testen, een stuk gezonder. Maar de Birmaan is qua afkomst zeer
aan de Pers gerelateerd. Het ras is ontstaan uit oa Perzen, en
met het infokken van nieuwe kleuren en recenter nieuwe varianten
(denk aan het tabby!!) zijn vele Perzen gebruikt. Ook op dit
moment wordt er nog gekruist met de Pers, bijvoorbeeld voor het
verkrijgen van Silver tabby point Birmanen... En los van de Pers
is het een probleem dat bij iedere kat, ras of geen ras, voor
kan komen. Wij zijn dus van mening dat het wel degelijk een
risico vormt en dat testen op PKD heel belangrijk is.
Wat
zijn de symptomen?
Zolang de nieren nog voldoende
functioneren zullen er geen klachten zijn. Zodra de nierfunctie
achteruit gaat en meer dan 70% van het nierweefsel is aangetast
zal de kat symptomen van nierfalen krijgen. Dat kan jaren duren.
De symptomen van nierfalen zijn:
-
Verminderde eetlust.
-
Vermageren.
-
Veel
drinken en veel plassen.
-
Minder
actief.
-
de
dierenarts kan grote bobbelige nieren in de buik voelen.
-
Uitdroging, de huid blijft staan als je deze optilt.
-
Bleke
slijmvliezen door bloedarmoede.
-
Braken.
Diagnose
Of een kat PKD heeft, kan op twee manieren
vastgesteld worden: met een echo of een DNA-test.
Echo
Met een echo kan PKD in een heel vroeg
stadium bemerkt worden: vanaf 6 maanden. Dan is de test redelijk
betouwbaar. Hoe ouder de kat is als deze getest wordt, hoe
betrouwbaarder de uitslag is.
De echo moet
door een echopecialist gemaakt worden, liefst op een leeftijd
vanaf 1 jaar. Tijdens deze echo controleert de specialist niet
alleen de nieren op de aanwezigheid van cystes, maar er wordt
ook gekeken of de nieren er op andere vlakken gezond uit zien.
Denk daarbij aan CIN (schrompelnieren) en andere afwijkingen in
vorm of uiterlijk.
Een echo is daarom erg belangrijk. Er bestaat echter altijd de
mogelijkheid dat de kat wel PKD onder de leden heeft, maar
waarbij het nog niet op de echo zichtbaar is. Daarom is een
DNA-test aan te bevelen.
DNA-test
Er is sinds
enige jaren een DNA-onderzoek beschikbaar om bij Perzen en
aanverwante rassen (denk aan de Brits Korthaar maar ook aan de
Heilige Birmaan) de erfelijke aanleg voor PKD vast te stellen.
Voor het DNA-onderzoek neemt de dierenarts wat bloed of
wangslijmvlies af, dat wordt opgestuurd naar een gespecialiseerd
laboratorium. Het voordeel van deze test is, dat die maar
eenmalig gedaan hoeft te worden, op welke leeftijd je hem ook
uitvoert.
Bij de test wordt gekeken of de kat het PKD1-gen bezit. Dit is
het eerste gen waarvan men heeft kunnen aantonen dat het PKD
veroorzaakt. Helaas blijkt dat nog 15% van de gevallen
veroorzaakt wordt door iets anders (een ander gen, of mogelijk
externe factoren?). Daarom blijft het uitvoeren van een echo ook
nog steeds erg belangrijk.
Is er
een kans op genezing?
Hierover kunnen we kort zijn: nee. Voor
een kat met PKD is er geen genezing mogelijk. De cystes in de
nieren kunnen niet weggehaald worden en worden steeds groter.
Daardoor brengen ze ook steeds meer schade toe aan de nieren.
Wel kunnen we de nieren zoveel mogelijk
ondersteunen, met bijvoorbeeld medicijnen als Fortekor en een
speciaal nierdieet. Hiermee onlasten we de nieren zoveel
mogelijk en proberen een verdere achteruitgang tegen te gaan.
Eventueel kan de dierenarts de nieren van de kat ook tijdens een
opname spoelen, waardoor de gifstoffen uit het bloed gehaald
worden.
Deze
behandeling zal de ontwikkeling van nierfalen zoveel mogelijk
vertragen en verlicht de symptomen die als gevolg van PKD
optreden. Hierdoor verbeteren de levensverwachting en de
levenskwaliteit van de kat. Helaas kan de ziekte niet overwonnen
worden en zal de kat uiteindelijk overlijden aan PKD. Door de
kat zo goed mogelijk te ondersteunen kunnen we dit moment zo
lang mogelijk uitstellen.
Máár, voorkomen is natuurlijk
veel beter dan genezen. Daarom zijn wij groot voorstander van
het testen op PKD, waarmee deze ziekte volledig op te bannen
valt. Al onze Birmanen zijn middels een DNA test PKD1-vrij
getest, dat wilt zeggen dat onze katten nooit het PKD1 gen op
hun kittens kunnen overbrengen. Daarnaast laten wij onze katten
minimaal 1x (maar liefst vaker) scannen via echo, om te kijken
naar de nieren. Op die manier hopen we er alles aan te doen, om
gezonde kittens op de wereld te brengen.
|