|
FIP is de
afkorting van Feline Infectueuze Peritonitis. Dit staat voor
besmettelijke buikvliesontsteking bij katten. Deze naam is
enigszins misleidend, want bij FIP is niet het buikvlies maar
zijn de bloedvaten ontstoken. FIP is een virusziekte, die
meestal een dodelijke afloop heeft. Het wordt veroorzaakt door
een coronavirus uit de familie van de Corona Viridae. Dit is een
grote familie; er bestaan veel verschillende
coronavirus-stammen. 80 tot 90% van de katten in catteries zijn
geïnfecteerd met een coronavirus(FCoV). Besmetting vindt meestal
plaats via de mond- en neusholte door in aanraking te komen met
ontlasting of speeksel van katten die al geïnfecteerd zijn. In
het slijmvlies van de bovenste luchtwegen vindt de eerste
vermenigvuldiging plaats. De virus komt in de darm terecht waar
het een onschuldige darmontsteking veroorzaakt. In verreweg de
meeste gevallen komt de afweer van besmetting met het relatief
onschuldige coronavirus makkelijk te boven. De diarree verdwijnt
(als er al diarree veroorzaakt was) en de kat scheidt nog
ongeveer twee maanden het coronavirus uit. De kat is dus nog
ongeveer twee maanden besmettelijk en heeft zelf anti-lichamen
in zijn bloed waardoor hij niet meer opnieuw een
coronavirusinfectie zal krijgen.
In 5% van de
besmettingen loopt het echter heel anders. Het relatief
onschuldige coronavirus verandert (muteert), passeert de
darmwand en nestelt zich in de macrofagen (de cellen van het
afweersysteem die normaal gesproken virussen en bacteriën
opruimen). Hierdoor kan de afweer van de kat het virus niet meer
aanpakken. Het virus heeft vrij spel om zich te gaan
vermenigvuldigen en wordt in de macrofagen door de
bloedcirculatie door het hele lichaam vervoerd. In de kleinere
bloedvaatjes loopt het vast en ontstaan er ontstekingsreacties.
De klinische verschijnselen die de kat ontwikkelt, hangen af van
welke bloedvaten beschadigd raken en naar welk orgaan of welke
organen die bloedvaten bloed aanvoeren. Dit is FIP op celniveau,
wat is er aan de kat te merken door zijn eigenaar? Het antwoord
op deze vraag is afhankelijk van welke bloedvaten ontstoken
zijn. Er worden twee verschillende ziektebeelden onderscheiden,
hoewel een mengvorm ook mogelijk is. Bij beide vormen ziet men
in ieder geval niet-specifieke symptomen zoals mottige vacht,
slechte eetlust, sloomheid, steeds terugkerende koorts die niet
reageert op antibiotica. FIP maakt vooral slachtoffers bij
katten jonger dan 2 jaar en ouder dan 8.
Natte FIP
Natte FIP is
de acute vorm en heeft dikwijls een snel verloop. Het begint met
een kat die weinig trek heeft en minder zin heeft om te spelen.
Misschien iets snotterig, misschien wat diarree. Bij het opnemen
van de temperatuur is een steeds terugkerende koorts waar te
nemen. De kat vermagert en dan komt de ‘dikke buik’, treden de
ademhalingsmoeilijkheden op of een combinatie hiervan. Dit komt
doordat de bloedvaten zo beschadigd zijn dat ze zijn gaan lekken
en er hoopt daardoor vocht op in de buikholte of in de borstkas.
Bij een aantasting van de bloedvaten in de buik, zwelt de buik
van de kat op door buikwaterzucht. De karakteristieke ‘dikke
buik’. Ondanks de vermagering kan de kat dan nog enigszins
gezond ogen. Bij een beschadiging van de bloedvaten in de
borstholte, lekt er vloeistof in de borst waardoor de longen
niet goed uit kunnen zetten en de kat zichtbaar
ademhalingsmoeilijkheden heeft (de kat heeft een versnelde
ademhaling en/of ademt met open bek). Het vocht in de borst
en/of buik bevat eiwitten uit het bloed en ontstekingsproducten
(pus) die als het ware doorsijpelen naar de borst of buik. Met
een naald kan geprobeerd worden vocht uit de holte te halen.
Wanneer het lichtgeel tot kleurloos en dradentrekkend vocht is
dat stolt wanneer het in aanraking komt met lucht, kan de
dierenarts met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de
diagnose ‘natte FIP’ stellen.
De kat is in
korte tijd zo ziek geworden en lijdt zo zichtbaar veel dat de
eigenaar voor euthanasie kiest om verder lijden te voorkomen. De
kat overleeft natte FIP meestal enkele dagen, hooguit weken.
Droge FIP
Droge FIP is
een meer chronische vorm. Ook hier begint het met verminderde
eetlust, lusteloosheid en vermagering. Bij droge FIP ontstaan de
ontstekingshaarden in allerlei organen waardoor zich verder
verschillende symptomen kunnen voordoen. Bij de aantasting van
de lever ontstaat geelverkleuring van de huid en slijmvliezen.
Door onvoldoende werking van de lever neemt de hoeveelheid
bilirubine in het bloed toe, vaak met braken en diarree tot
gevolg. Ook het centrale zenuwstelsel kan aangetast worden,
waardoor men verlammingen, evenwichtstoornissen, dwangmatige
bewegingen en krampen kan waarnemen. Soms zelfs een verandering
in de persoonlijkheid van de kat. Ook zijn er dikwijls tekenen
in de ogen te zien. De iris verandert van kleur en delen van de
ogen lijken bruin. Er kunnen zich bloedingen in het oog voordoen
of een witte neerslag op de cornea (heldere membraan op de
voorzijde van het oog). De dierenarts kan de ogen bekijken op
verdikkingen in de bloedvaatjes. Geelzucht komt veel voor bij
katten met droge FIP. De binnenkant van het ooglid ziet dan
geel. Ook het tandvlees en de binnenkant van de oren kunnen geel
ogen. Voor al deze symptomen geldt dat het ook kan wijzen op een
andere aandoening dan FIP. Een aandoening die wellicht wel
behandelbaar is.
Een kat met
droge FIP kan het soms wel weken tot maanden uithouden. Wanneer
neurologische problemen optreden, besluit de eigenaar meestal
tot euthanasie. Het komt voor dat droge FIP overgaat in natte
FIP.
De diagnose
van FIP kan pas na het overlijden van de kat door autopsie
definitief gesteld worden. Op verschillende organen zijn dan
grijze plekken te zien. Dat zijn ontstekingshaarden veroorzaakt
door het virus. Een zieke kat kan alleen symptomen hebben die op
FIP zouden kunnen wijzen. Er bestaat een test waarbij
antistoffen tegen het coronavirus in het bloed aangetoond kunnen
worden. Dit bewijst echter niets, want het kan evengoed gaan om
een onschuldige besmetting en niet de gemuteerde vorm. Toch kan
het zin hebben om een zieke kat te testen op deze antistoffen.
Wanneer de titer lager dan 10 aangeeft, wordt de kans dat de
ziekte veroorzaakt wordt door FIP een stuk kleiner. Er is nog
een andere test die delen van het virus zelf kan ontdekken. Deze
immonoperoxidase test kan FIP nauwkeuriger vaststellen doordat
het geïnfecteerde cellen in het weefsel vindt. Een andere
antigen test gebruikt polymerase chain reaction (PCR) om viraal
genetisch materiaal in de macrofagen vast te stellen. Hoewel de
test veelbelovend is, toont PCR op dit moment alleen nog
coronavirussen in het algemeen aan, niet noodzakelijkerwijs
alleen FIP veroorzakende coronavirussen. De dierenarts kan ook
aanwijzingen voor FIP zien in de verhouding albumine/globuline,
verhoogde LDH en verhoogde amylase in het bloedbeeld.
Hoe kan het
dat bij sommige katten het coronavirus muteert? Daar is nog geen
antwoord op. Het coronavirus is erg besmettelijk. Lang is
aangenomen dat dit voor FIP ook geldt. In een cattery vallen
dikwijls meerdere slachtoffers. Toch blijkt uit onderzoek dat
die slachtoffers vaak niet lijden aan besmetting door hetzelfde
coronavirus. De ene kat is besmet met coronavirus stam A en de
andere kat geïnfecteerd door stam B. Het blijkt dan dat de
katten los van elkaar besmet zijn geraakt en FIP ontwikkeld
hebben.
FIP treedt
meestal op wanneer het immuunsysteem van de kat verzwakt is door
stress of ziekte. Het is meer dan eens voorgekomen dat kittens
FIP ontwikkelden enige tijd nadat ze naar de nieuwe eigenaar
waren gebracht. De ervaring van verschillende fokkers is dat bij
katten ouder dan een jaar FIP ontstond bij het vrijwel
gelijktijdig plaatsvinden van verschillende vormen van stress
(vaccinatie en castratie, een show en meteen een nieuwe
huisgenoot). Niet zelden ziet men ook een overeenkomst tussen
het ontwikkelen van FIP en familieverbanden. Die overeenkomst
heeft de hypothese doen ontstaan dat er een genetische component
meespeelt. Het zou kunnen dat alleen bij katten met een bepaalde
genencombinatie het coronavirus kan muteren. Misschien gaat het
om een dominante overerving die wisselend tot uitdrukking komt.
Het is daardoor niet te voorspellen op welke leeftijd het defect
de kat (n)ooit fataal wordt en is het mogelijk dat
ogenschijnlijk gezonde katten van boven de 10 jaar het gen
hebben en doorgegeven. Een andere optie is dat het genetische
materiaal beschadigd raakt door bijv. milieu-invloeden
(kankerverwekkende anti-oxidanten in voeding of antibiotica in
destructievlees dat voor diervoeding gebruikt wordt). Misschien
is een combinatie van verschillende mogelijkheden wel de oorzaak
van FIP.
In 1991 werd
er een FIP vaccin op de markt gebracht. Dit vaccin, Primucell,
lijkt veilig, maar diverse studies hebben verschillende
verwachtingen van de effectiviteit gegeven. Er zijn anekdotes
bekend waarbij dit vaccin juist tegenovergesteld werkte en juist
een rol speelt bij het ontwikkelen van FIP. In Amerika, waar dit
vaccin het eerst geïntroduceerd werd, heeft bijna iedere fokker
een clausule over dit vaccin in zijn contract staan. Die
clausule geeft weer dat de gezondheidsgarantie van een kitten
vervalt, zodra er met het FIP-vaccin geënt wordt.
FIP is een
zeer ernstige ziekte die meestal een dodelijke afloopt kent. Er
wordt gewerkt aan een therapie om FIP te genezen. Er is een
experimentele therapie, die bestaat uit interferon therapie
samen met het gebruik van dexamethason en aspirine, heeft een
genezingspercentage van 50% opgeleverd. Deze therapie werkte bij
zowel natte als droge FIP, waarbij er meer succes geboekt werd
bij droge FIP. Als de kat na 6-7 weken nog in leven is, maakt
hij antistoffen tegen de interferon aan, waardoor die dosis niet
meer zal werken. De interferon kost honderden euro’s. De kat zal
levenslang FIP-lijder zijn en volgens de regels van
fokverenigingen mag een cattery niet fokken bij een geval van
FIP. Kanttekening bij deze behandeling is dat de genezen katten
misschien niet daadwerkelijk aan FIP leden. Het is immers pas na
autopsie met zekerheid vast te stellen.
Andere
behandelingen zijn gericht op symptoombestrijding en kunnen soms
tot een maandenlange remissie leiden. Alvorens met behandeling
te beginnen is het essentieel zeker te weten dat de diagnose
juist is. Door afweeronderdrukkende medicijnen kunnen andere (te
genezen) aandoeningen opvallend verslechteren. (bijv.
buikvliesontsteking door bacteriën of longontsteking)
FIP is een
ziekte die in verband staat met de reactie van het
immuunsysteem, daarom omvat de behandeling onder meer het
onderdrukken van de immuunrespons. Dit kan middels het toedienen
van corticosteroïden. Prednisolon, Cyclofosfamide en Thalidomide
zijn hiervoor voorhanden. Prednisolon wordt er in de meeste
gevallen voorgeschreven. Prednisolon heeft als bijkomend
voordeel dat de kat zich beter zal voelen en meer eetlust heeft.
Het is belangrijk de kat tegelijkertijd extra vitamines en
anti-oxidanten te geven om zijn algemene voedingstoestand in
stand te houden. Hierbij is vochttoediening en (dwang)voeding
ook van belang. Prednisolon kan ook worden voorgeschreven bij
lymfocytaire galwegontsteking, wat voor FIP aangezien kan
worden. Bij gebruik van corticosteroïden is het nodig
antibiotica te geven. Doordat de immuunrespons onderdrukt wordt,
moet de antibiotica andere infecties voorkomen/behandelen. Het
geven van aspirine kan ook helpend zijn. Het werkt
ontstekingsremmend en verlicht de pijn. Vooral wanneer de nieren
aangetast zijn, kunnen anabole steroïden voorgeschreven worden
om te voorkomen dat spierweefsel wordt afgebroken voor
brandstof. Toename in het gewicht en een verbetering van het
bloedbeeld kunnen erop duiden dat er een remissie is.
Als FIP zo
moeilijk te genezen is, is het dan te voorkomen? Doordat niet
bekend is waardoor FIP veroorzaakt wordt, is ook niet bekend hoe
het te voorkomen is. Men kan alleen adviezen aangeven die
helpend kunnen zijn bij de preventie. Het gaat om adviezen zoals
voorkomen van stress en overbevolking, goede voeding, goede
hygiëne en letten op de vaccinaties van de katten.
FIP is te
voorkomen door ervoor te zorgen dat de kat niet besmet raakt met
het coronavirus. FIP is immers een mutatie van het coronavirus.
Zonder de aanwezigheid van het coronavirus valt er niets te
muteren.
De hygiëne
van de kattenbak is het belangrijkste wapen tegen besmetting met
het coronavirus. Bij voorkeur een kattenbak per kat, het liefst
die zogenaamde zelfreinigende bakken of anders bakken met een
deksel en zo vaak mogelijk de klonten eruit scheppen. De
kattenbak ver van de voerbak te plaatsen, voorkomt dat
microscopische ontlastingsdeeltjes in het voer terecht komen.
Eén tot twee keer per week de bak schoonmaken met bleekwater. 1
deel bleek op 32 delen water geeft een ontsmettingsverhouding
die het coronavirus zeker niet overleeft.
Van de
katten die besmet zijn met het coronavirus is slechts 13% dit
blijvend. Daardoor is het mogelijk het virus uit te bannen in je
huishouden. De katten moeten dan regelmatig worden getest op
antistoffen en hun ontlasting via RT-PCR test. De katten, die
geen coronavirus meer uitscheidden en van wie de antistoftiters
daalden tot onder de 40, moeten dan apart gezet worden van nog
besmette katten. Blijkt één van de besmette katten een
coronavirus-drager te zijn; tot de 13% van de besmette katten te
behoren die blijvend besmet zijn en continu virus afscheiden, is
het alleen mogelijk een coronavirusvrij huishouden te creëren
door de kat uit te plaatsen.
Is er een
coronavirusvrij huishouden gecreëerd zijn maatregelen nodig dit
ook zo te houden. Alle nieuwe katten of kittens moeten getest
worden op de aanwezigheid van antistoffen. Alleen katten met een
antistoftiter van 0 zijn welkom. Dekkingen alleen met een
partner die een antistoftiter van 0 heeft en
quarantaineplaatsing van twee weken na een riskante dekking of
bezoek aan dierenarts of show. Dan opnieuw testen en pas bij de
andere katten laten als de antistoftiter 0 is.
Het is
mogelijk door kittens op jonge leeftijd ( 5 weken oud) te
scheiden van hun moeder te voorkomen dat de kittens besmet
worden met het coronavirus door hun moeder. Het coronavirus
wordt bijna nooit overgedragen via de placenta. De meeste
kittens, die de besmetting oplopen via hun moeder, krijgen deze
nadat de bescherming door middel van de antistoffen die ze via
hun moeder hebben binnengekregen, is uitgewerkt. Dit is meestal
op een leeftijd van 5-7 weken.
Het
coronavirus kan tot wel 7 weken overleven in het milieu. De
ruimte waar de kittens geboren worden en zullen opgroeien moet
goed ontsmet worden. Goed stofzuigen om de besmette
microscopische kattenbakstofdeeltjes kwijt te raken. Kattenbak,
schepje, voer- en drinkbak ontsmetten door ze 20 minuten in een
bleekwateroplossing te zetten. Mensen kunnen het coronavirus ook
op hun handen, kleding of schoenen meedragen. Desinfectie van de
handen is daarom nodig alvorens met de kittens bezig te gaan.
Infectie via kleding of schoeisel kan voorkomen worden door in
de kittenruimte kleding te bewaren en zich daar om te kleden
voordat de kittens aangeraakt worden.
Persoonlijke
noot van de auteur
FIP is een
afgrijselijke ziekte en een ieder wil er natuurlijk alles aan
doen om ervoor te zorgen dat zijn of haar kat er geen
slachtoffer van wordt. Het is dan ook zeer te begrijpen wanneer
een eigenaar probeert een coronavirusvrij huishouden te creëren.
Ieder voor zich zal de afweging moeten maken of het doel de
middelen heiligt.
Ik wil toch
graag de kritische kanttekening maken dat we het kind niet met
het badwater moeten weggooien. De Abessijn en Somali is een ras
van nieuwsgierige, actieve, ondernemende, aanhankelijke, lieve
katten. Het isoleren van katten en het vroeg scheiden van moeder
en kittens kan dan misschien gezond zijn voor lichaam, maar ik
vraag mij ten zeerste af of het wel zo gezond is voor geest! In
5% van de besmettingen met het coronavirus muteert het virus in
FIP. Laten we vooral niet vergeten dat dat betekent dat in 95%
van de gevallen er dus géén FIP ontstaat.
Ik heb voor
het schrijven van dit artikel literatuuronderzoek gedaan en mij
op de hoogte gesteld van de ideeën en ervaringen van fokkers
over deze ziekte. De hypothese van de erfelijke component wint
aan terrein. Wat ik in mijn onderzoek echter niet tegengekomen
ben is een centrale plek waar gegevens, bijvoorbeeld kopieën van
stambomen, verzameld worden over katten die overleden zijn aan
FIP. Mij lijkt dat juist een prima begin om uit te zoeken of een
erfelijke component inderdaad zou kunnen meespelen. We kunnen
als fokkers en liefhebbers van Abessijnen en Somali’s wel
degelijk een significante rol spelen in het oplossen van het
FIP-mysterie. Er moet middels sectie de definitieve diagnose van
FIP gesteld worden en eigenaars moeten open en eerlijk zijn over
het voorkomen van deze ziekte. Wanneer dan ook nog iemand zich
verantwoordelijk maakt voor het verzamelen van gegevens van aan
FIP overleden katten, kunnen we onderzoekers voorzien van een
schat aan gegevens, waarmee de mysteriën van deze rotziekte
wellicht ontsluierd kunnen worden. En daarmee hopelijk een
remedie…
Patricia
Seders-Linthorst
Augustus 2005
|